Monthly Archives: July 2016

Moralisme versus genade (3) – Verhaal

Moralisme versus genade (3) – Verhaal

In februari woonde ik een pastoraal leidersontbijt bij dat was georganiseerd door Bethesda. Arie de Rover, schrijver van het boek Leven na de genadeklap, was uitgenodigd om over dit onderwerp te spreken. Ik werd op een bijzondere manier geraakt door de boodschap van genade. Het zette me ook stil bij mijn eigen leven. Ik herken in mijn leven een heen en weer geslingerd tussen genade en moralisme.

Wat is moralisme? “Moralisme is de gedachte dat je acceptabel bent (voor God, de wereld, anderen, jezelf) door je eigen prestaties” (Tim Keller). In de eerste twee artikelen over moralisme versus genade ging het over de vraag welk klimaat er in onze christelijke gemeenschappen is. Lees deze artikelen hier en hier.

Terwijl ik deze artikelen schreef vroeg ik me af waarom ik zo gevoelig ben voor moralisme. Ik kwam op de volgende redenen.

Sprookje
Mijn kennismaking met genade begon rond mijn zeventiende jaar. Ik kwam tot geloof, er ging een nieuwe wereld voor mij open. Leven met God, God als Vader, horen bij een nieuwe familie, voor eeuwig veilig zijn. Eigenlijk is dit te mooi om waar te zijn. Iets wat in een sprookje gebeurt maar niet zoals ik het leven tot dan toe ervaren had.

Een paar maanden daarna vierde ik mijn verjaardag en werd verrast door zoveel gulheid en spontaniteit van de kant van een aantal nieuwe christenvrienden. Compleet nieuw voor mij. Het vertelt iets over mijn kindertijd die ik als eenzaam heb ervaren. Weinig verbinding met mensen om mij heen. Een opvoeding die erop gericht was discipline en gehoorzaamheid bij te brengen terwijl ik van binnen een en al onrust en spanning was.

Waarom ben ik gevoelig voor moralisme? Genade gaat in tegen wie ik van nature ben en staat haaks op allerlei ervaringen in mijn leven.

Totaal
Een tweede reden waardoor moralisme zo’n aantrekkingskracht op mij had, was het klimaat van de christelijke kringen waar ik terecht kwam. Het draaide om toewijding, je leven geven aan God, er helemaal voor gaan. Dat heeft een mooie kant. Maar wat als alles draait om totale toewijding en gehoorzaamheid en je vervolgens jezelf tegenkomt? De boodschap “ga er helemaal voor” sloot aan bij mijn idee dat perfectie de bedoeling is. En ik was allesbehalve perfect.

Later ontdekte ik dat het God gaat om mij als persoon. Toewijding aan God is een gevolg, het is mijn antwoord op Gods onvoorwaardelijke aanvaarding en liefde voor mij.

Binnenkant
Ik ging er helemaal voor, maar ik liep mezelf voorbij. Ik stond niet stil bij vragen zoals “wie ben ik eigenlijk?”, “waar verlang ik naar?”, “wat wil ik?”, “als ik bepaalde dingen meemaak, waarom reageer ik zoals ik reageer?”, “wat draag ik met mij mee?”

Ik werd geconfronteerd met een binnenkant waar ik niet mee om wist te gaan. Dus gaf ik me totaal in geestelijke activiteiten: bidden, Bijbellezen, christelijke bijeenkomsten bezoeken, actief zijn in geestelijk werk. Als ik maar een betere christen kon worden.

Later ontdekte ik wat zelfaanvaarding is en dat dit alles te maken heeft met genade. Ik leerde in contact te staan met wat ik van binnen ervoer. Er was veel pijn en verwarring van binnen. Toen ik dit niet langer uit de weg ging, kwam er na verloop van tijd ruimte.

Schaamte
Zolang als ik me kan herinneren speelt schaamte een rol in mijn leven. Ik mag niet laten zien wie ik ben. Ik ben pas oké als ik mij aanpas aan mijn omgeving, als ik niet tot last ben en niemand iets op mij heeft aan te merken. Schaamte is een soort schuldgevoel niet om wat je doet maar om wie je bent.

Een ideale voedingsbodem voor moralisme. Moralisme zegt: als jij je best doet, zal je de gunst van mensen en van God winnen. Genade zegt: wees echt, durf naar jezelf te kijken, want je bent geliefd. Vervolgens wordt wat anderen van je denken minder belangrijk.

Gruwel
Ik ben opgegroeid met het idee dat homoseksualiteit een gruwel is in de ogen van God, het ergste wat een mens kan overkomen. Ik vocht ertegen, ik ontkende het, ik duwde het weg. Dit bleek een doodlopende weg te zijn.

Achteraf zie ik dat de manier waarop ik mijn christen-zijn beleefde een mengeling was van goede en minder goede elementen.

Ik had een oprecht verlangen naar God.

Ik was bang voor zonde, want zonde zou desastreuze gevolgen hebben. Dat klinkt goed. Later ontdekte ik dat angst me juist weerhouden heeft om te groeien. En ik ontdekte: ook als ik faal, ben ik nog steeds welkom bij God.

En dan was er het idee: als je perfect bent, heeft niemand iets op je aan te merken.

God van genade
Terwijl ik de bijeenkomst bij Bethesda meemaakte, realiseerde ik me enerzijds hoeveel er veranderd is nadat ik door een crisis ben gegaan, ongeveer twintig jaar geleden. Het was het begin van een nieuwe weg. Tegelijk realiseerde ik me dat dit niet betekent dat moralisme vanaf toen geen enkele rol meer speelt in mijn leven. Elke keer mag ik echter opnieuw ontdekken dat God geen moralistische God is. In de Bijbel maakt God zich bekend als een God van genade die mensen welkom heet.

 

Een verhaal is altijd persoonlijk. Ieder verhaal is anders. Herken jij moralisme in je eigen verhaal? Schrijf ons. Je kan ook hieronder reageren.

Leave a reply

Moralisme versus genade (2)

Moralisme versus genade (2)

Er kunnen allerlei redenen zijn waarom het bespreekbaar maken van homoseksualiteit in christelijke kring moeizaam verloopt. Een van de obstakels is “moralisme”.

In het vorige artikel pleitten we voor een klimaat van genade in onze christelijke gemeenschappen.

We introduceerden ook het begrip “moralisme”. Wat is moralisme?
“Moralisme is de gedachte dat je acceptabel bent (voor God, de wereld, anderen, jezelf) door je eigen prestaties” (Tim Keller)

In dit artikel zetten we moralisme en genade tegenover elkaar. Het gaat in dit artikel niet om de vraag hoe als christen aan te kijken tegen homoseksualiteit. Het gaat om de vraag: welk klimaat is er in onze christelijke gemeenschappen? We geloven dat een klimaat van genade ertoe bijdraagt dat christelijke gemeenschappen veilige plekken kunnen worden waar mensen kunnen spreken over (hun) homoseksualiteit. En waarschijnlijk is de toepassing veel breder.

Op basis van de definitie van Tim Keller, op basis van mijn eigen worsteling met moralisme (daarover in het volgende artikel meer) en op basis van wat ik om mij heen waarneem heb ik in het volgende schema een aantal kenmerken op een rij gezet.

KLIMAAT IN DE KERK

Moralisme Genade
 

1

 

In de gemeente wordt gecommuniceerd: “Je bent welkom op voorwaarde dat…”

 

In de gemeente wordt gecommuniceerd: “Je bent welkom!”

 

2

 

Regels zijn belangrijk.

We zijn gericht op wat wel en niet mag.

Zonde moet bestreden worden, zowel zonde binnen als buiten de kerk.

Sommige zonden zijn erger dan andere zonden.

We vergelijken onszelf met anderen.

We oordelen over onszelf en over anderen.

 

We zijn ons bewust van onze eigen tekortkomingen en zonden. We beseffen ook dat iedereen tekortschiet. Maar we zijn vooral gericht op Gods liefde en genade.

We zijn elkaars gelijke.

We hebben niet de behoefte om over anderen te oordelen.

 

3

 

We zijn streng voor onszelf en/of voor anderen.

We denken dat God tevreden is als alle zonde is uitgebannen.

God wordt op een afstandelijke manier ervaren.

 

We zijn mild voor onszelf en voor anderen. We aanvaarden elkaar en bemoedigen elkaar te leven vanuit Gods liefde en genade.

We ervaren dat we bij God mogen komen zoals we zijn.

Genade brengt ons dichtbij God.

 

4

 

Het gaat vooral om onze buitenkant (ons gedrag, hoe we overkomen op anderen).

We moeten ons volgens de regels gedragen. Doen is belangrijk.

 

Het gaat eerst om de binnenkant. Daarna komt de buitenkant. “Zijn” gaat vooraf aan “doen”.

In het licht van genade worden we ons bewust van innerlijke motieven en zondige patronen.

Genade brengt een geestelijke innerlijke transformatie bij ons teweeg.

VRAGEN OM OVER NA TE DENKEN / GESPREKSVRAGEN

1. Voorwaardelijk / onvoorwaardelijk

In de evangeliën lezen we dat Jezus omgaat met mensen die op godsdienstig vlak buiten de boot vallen. De geestelijke leiders van zijn tijd bekritiseren Jezus om die reden (Lucas 15:1-2). Jezus beantwoordt de kritiek door onder meer het verhaal van de verloren zoon te vertellen (Lucas 15:11-32).
Met de jongste zoon heeft Jezus de mensen op het oog die door de geestelijke leiders worden buitengesloten. Het kan ook gezien worden als een beeld van ieder mens – we zijn immers allemaal zondaren.

1) Hoe weerlegt Jezus met dit verhaal de kritiek van de geestelijke leiders?

2) Wat is het motief van de jongste zoon om terug naar huis te gaan volgens vers 17? Wat vindt u van dit motief?

3) Hoe zou u reageren als u de vader was in dit verhaal?

4) Aan welke voorwaarden moet de jongste zoon voldoen om opnieuw thuis te mogen wonen?

5) Wat vertelt dit verhaal over genade?

6) Zijn deze mensen in onze christelijke gemeenschappen welkom op bepaalde voorwaarden of zijn ze gewoon welkom?

Leestip: Henri Nouwen, Eindelijk thuis, Uitgever Lannoo.

Citaat: “Onreligieuze mensen werden steevast aangetrokken door Jezus’ onderwijs. Terwijl de Bijbelgelovige, religieuze mensen van die dagen zich eraan stoorden.” Tim Keller.

7) Hoe gaan we in onze tijd om met mensen die om godsdienstige redenen worden buitengesloten?

2. Oordelen / niet oordelen

In het verleden is homoseksualiteit vaak beschouwd als de ergste zonde die er bestaat. Het onderwerp lijkt nog steeds in het denken van veel christenen een aparte status te hebben.

8) Wat zouden de redenen kunnen zijn dat er op deze manier naar homoseksualiteit wordt gekeken?

Citaat: “Het is aan God om te oordelen; het is aan de Heilige Geest om te overtuigen; en het is aan mij om lief te hebben”. Billy Graham

9) Hoe helpt dit citaat bij het omgaan met anderen binnen onze christelijke gemeenschappen en daarbuiten?

3. Afstand / nabijheid

10) Hoe we omgaan met onszelf en met anderen hangt samen met ons Godsbeeld. Wat we in theorie weten over God betekent niet per se dat we een juist beeld hebben van God. Hoe kunnen we hierin groeien?

4. Buitenkant / binnenkant

Een rijke jongeman houdt zich aan de geboden van God. Jezus legt zijn innerlijke motieven bloot. Mattheüs 19:16-30.
Familierelaties kunnen een sta-in-de-weg zijn om Jezus te volgen. Mattheüs 10:37.
Voorbeelden die laten zien dat de binnenkant (bijvoorbeeld onze motieven) ertoe doet.
De rijke jongeman vertoont goed gedrag.
Wie heel veel van zijn ouders of van zijn kinderen houdt wordt in de kerk dikwijls niet gezien als iemand die een probleem heeft.

11) Hoe voorkomen we dat we in onze christelijke gemeenschappen vooral gericht zijn op de buitenkant (het gedrag) van mensen?

12) Hoe helpt genade ons om onze innerlijke motieven onder ogen te zien?

13) Waarom is moralisme een sta-in-de-weg voor geestelijke groei?

Leave a reply

Quote v.d. week

“I think my job is to make the grace of an invisible God, visible wherever I go.”

Vertaling: “Ik denk dat het mijn taak is om de genade van een onzichtbare God, zichtbaar te maken waar ik ook ga.”

Bron: Mindful Christianity Today