Moralisme versus genade (2)

Moralisme versus genade (2)

Er kunnen allerlei redenen zijn waarom het bespreekbaar maken van homoseksualiteit in christelijke kring moeizaam verloopt. Een van de obstakels is “moralisme”.

In het vorige artikel pleitten we voor een klimaat van genade in onze christelijke gemeenschappen.

We introduceerden ook het begrip “moralisme”. Wat is moralisme?
“Moralisme is de gedachte dat je acceptabel bent (voor God, de wereld, anderen, jezelf) door je eigen prestaties” (Tim Keller)

In dit artikel zetten we moralisme en genade tegenover elkaar. Het gaat in dit artikel niet om de vraag hoe als christen aan te kijken tegen homoseksualiteit. Het gaat om de vraag: welk klimaat is er in onze christelijke gemeenschappen? We geloven dat een klimaat van genade ertoe bijdraagt dat christelijke gemeenschappen veilige plekken kunnen worden waar mensen kunnen spreken over (hun) homoseksualiteit. En waarschijnlijk is de toepassing veel breder.

Op basis van de definitie van Tim Keller, op basis van mijn eigen worsteling met moralisme (daarover in het volgende artikel meer) en op basis van wat ik om mij heen waarneem heb ik in het volgende schema een aantal kenmerken op een rij gezet.

KLIMAAT IN DE KERK

Moralisme Genade
 

1

 

In de gemeente wordt gecommuniceerd: “Je bent welkom op voorwaarde dat…”

 

In de gemeente wordt gecommuniceerd: “Je bent welkom!”

 

2

 

Regels zijn belangrijk.

We zijn gericht op wat wel en niet mag.

Zonde moet bestreden worden, zowel zonde binnen als buiten de kerk.

Sommige zonden zijn erger dan andere zonden.

We vergelijken onszelf met anderen.

We oordelen over onszelf en over anderen.

 

We zijn ons bewust van onze eigen tekortkomingen en zonden. We beseffen ook dat iedereen tekortschiet. Maar we zijn vooral gericht op Gods liefde en genade.

We zijn elkaars gelijke.

We hebben niet de behoefte om over anderen te oordelen.

 

3

 

We zijn streng voor onszelf en/of voor anderen.

We denken dat God tevreden is als alle zonde is uitgebannen.

God wordt op een afstandelijke manier ervaren.

 

We zijn mild voor onszelf en voor anderen. We aanvaarden elkaar en bemoedigen elkaar te leven vanuit Gods liefde en genade.

We ervaren dat we bij God mogen komen zoals we zijn.

Genade brengt ons dichtbij God.

 

4

 

Het gaat vooral om onze buitenkant (ons gedrag, hoe we overkomen op anderen).

We moeten ons volgens de regels gedragen. Doen is belangrijk.

 

Het gaat eerst om de binnenkant. Daarna komt de buitenkant. “Zijn” gaat vooraf aan “doen”.

In het licht van genade worden we ons bewust van innerlijke motieven en zondige patronen.

Genade brengt een geestelijke innerlijke transformatie bij ons teweeg.

VRAGEN OM OVER NA TE DENKEN / GESPREKSVRAGEN

1. Voorwaardelijk / onvoorwaardelijk

In de evangeliën lezen we dat Jezus omgaat met mensen die op godsdienstig vlak buiten de boot vallen. De geestelijke leiders van zijn tijd bekritiseren Jezus om die reden (Lucas 15:1-2). Jezus beantwoordt de kritiek door onder meer het verhaal van de verloren zoon te vertellen (Lucas 15:11-32).
Met de jongste zoon heeft Jezus de mensen op het oog die door de geestelijke leiders worden buitengesloten. Het kan ook gezien worden als een beeld van ieder mens – we zijn immers allemaal zondaren.

1) Hoe weerlegt Jezus met dit verhaal de kritiek van de geestelijke leiders?

2) Wat is het motief van de jongste zoon om terug naar huis te gaan volgens vers 17? Wat vindt u van dit motief?

3) Hoe zou u reageren als u de vader was in dit verhaal?

4) Aan welke voorwaarden moet de jongste zoon voldoen om opnieuw thuis te mogen wonen?

5) Wat vertelt dit verhaal over genade?

6) Zijn deze mensen in onze christelijke gemeenschappen welkom op bepaalde voorwaarden of zijn ze gewoon welkom?

Leestip: Henri Nouwen, Eindelijk thuis, Uitgever Lannoo.

Citaat: “Onreligieuze mensen werden steevast aangetrokken door Jezus’ onderwijs. Terwijl de Bijbelgelovige, religieuze mensen van die dagen zich eraan stoorden.” Tim Keller.

7) Hoe gaan we in onze tijd om met mensen die om godsdienstige redenen worden buitengesloten?

2. Oordelen / niet oordelen

In het verleden is homoseksualiteit vaak beschouwd als de ergste zonde die er bestaat. Het onderwerp lijkt nog steeds in het denken van veel christenen een aparte status te hebben.

8) Wat zouden de redenen kunnen zijn dat er op deze manier naar homoseksualiteit wordt gekeken?

Citaat: “Het is aan God om te oordelen; het is aan de Heilige Geest om te overtuigen; en het is aan mij om lief te hebben”. Billy Graham

9) Hoe helpt dit citaat bij het omgaan met anderen binnen onze christelijke gemeenschappen en daarbuiten?

3. Afstand / nabijheid

10) Hoe we omgaan met onszelf en met anderen hangt samen met ons Godsbeeld. Wat we in theorie weten over God betekent niet per se dat we een juist beeld hebben van God. Hoe kunnen we hierin groeien?

4. Buitenkant / binnenkant

Een rijke jongeman houdt zich aan de geboden van God. Jezus legt zijn innerlijke motieven bloot. Mattheüs 19:16-30.
Familierelaties kunnen een sta-in-de-weg zijn om Jezus te volgen. Mattheüs 10:37.
Voorbeelden die laten zien dat de binnenkant (bijvoorbeeld onze motieven) ertoe doet.
De rijke jongeman vertoont goed gedrag.
Wie heel veel van zijn ouders of van zijn kinderen houdt wordt in de kerk dikwijls niet gezien als iemand die een probleem heeft.

11) Hoe voorkomen we dat we in onze christelijke gemeenschappen vooral gericht zijn op de buitenkant (het gedrag) van mensen?

12) Hoe helpt genade ons om onze innerlijke motieven onder ogen te zien?

13) Waarom is moralisme een sta-in-de-weg voor geestelijke groei?

Leave a reply

Quote v.d. week

“I think my job is to make the grace of an invisible God, visible wherever I go.”

Vertaling: “Ik denk dat het mijn taak is om de genade van een onzichtbare God, zichtbaar te maken waar ik ook ga.”

Bron: Mindful Christianity Today